1. Algemene Richtlijnen
Een correct uitgevoerde installatie vanaf het begin voorkomt 90% van latere problemen. De volgende principes zijn verplicht in elk Smart Padel-project.
1.1 Gecertificeerde Elektriciens
Gebruik alleen gecertificeerde elektriciens die vertrouwd zijn met laagspannings- en zeer laagspanningssystemen, specifiek 12 VDC-installaties. Het Smart Padel-systeem werkt in dit spanningsbereik en vereist specifieke kennis van industriële automatisering.

1.2 Labeling van Bedrading
Alle bedrading moet duidelijk gelabeld zijn met een functionele referentie. Labeling is essentieel voor toekomstig onderhoud en om externe interventies van het technische team van Smart Padel te vergemakkelijken.
💡 Aanbevolen labelindeling Relais 1 – Verlichting Baan 1 | Relais 2 – Verlichting Baan 2 | Relais 3 – Hoofdtoegang | Relais 4 – Omgevingsverlichting |
1.3 Kabeltype
Gebruik uitsluitend flexibele kabel met terminals (krimpen) die correct zijn aangebracht op alle aansluitpunten. Starre kabel kan onder druk breken wanneer deze in schroefklemmen wordt geplaatst, wat slecht contact en moeilijk diagnosticeerbare intermitterende storingen veroorzaakt.

❌ Onjuist | ✅ Correct |
Starre directe kabel op schroefbodemklemmen — kan onder druk barsten en intermittente storingen veroorzaken die moeilijk zijn om op te sporen. | Flexibele kabel met correct geperste eindhuisjes. Aanbevolen doorsnede: 0,75–1,5 mm². |
1.4 Kabelorganisatie
Kabels mogen niet onder mechanische spanning staan en mogen niet vrij hangen. Kabelwerk ordenen en fixeren in kabelkanalen of bakken om duurzaamheid te garanderen en onderhoud te vergemakkelijken.

2. PLC-bedrading
De SP PLC is het controlecentrum van het systeem. Onjuiste bedrading van dit onderdeel kan de gehele clubautomatisering in gevaar brengen.
2.1 Aansluitingen op de PLC-terminals
- Altijd flexibele kabel met eindhuisjes gebruiken op alle PLC-terminals
- Adereindhulzen voorkomen losse draden, verminderen oxidatie en minimaliseren risico's op kortsluiting
- Als stijve kabel uit noodzaak wordt gebruikt, deze via veerklemmen of push-in-aansluitingen aansluiten — nooit rechtstreeks op schroefklemmen

2.2 Type Relaisuitgangen
Relaisuitgangen van het type NO (Normaal Open) voor alle gecontroleerde apparaten gebruiken. De uitgangen moeten standaard open blijven en alleen sluiten wanneer het systeem dit opdraagt, zodat apparaten alleen van stroom worden voorzien wanneer dit passend is.
⚠️ Kritieke vermogensregel De relais van de SP PLC ondersteunen maximaal 5A per uitgang. Elektromagnetische sloten, deuropeners en verlichtingscontactoren kunnen meer verbruiken. Altijd een tussenliggende contactor tussen de PLC en de uiteindelijke belasting gebruiken. NOOIT verlichting of sloten rechtstreeks op het PLC-relais aansluiten. |
2.3 Documentatie van uitgangen
Elke relaisuitgang van de PLC moet worden getest en gedocumenteerd. Zorg voor een bijgewerkte logboekblad met het relaistummer, het aangesloten apparaat en alle relevante opmerkingen.
Relais | Aangesloten apparaat | NO/NC | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
R1 | Verlichting baan 1 | NO | |
R2 | Verlichting Baan 2 | NEEN | |
R3 | Verlichting Baan 3 | NEEN | |
R4 | Hoofdingang | NEEN / NC* | *Zie Sectie 3 voor maglocks |
R5–R8 | Vrij / Uitbreiding | — |
3. Toegangscontrole
De keuze van het slottype is een kritieke technische beslissing die vóór de installatie moet worden genomen. Het gedrag van het slot zonder voeding bepaalt het volledige bedrading- en PLC-configuratieschema.
3.1 Sleutelvraag voor de installateur
Wanneer het slot geen voeding ontvangt, wat is de toestand ervan? Vergrendeld of ontgrendeld?
3.2 Typen sloten

Type | Stroomloze status | Activeringsmodus | Aanbevolen gebruik |
|---|---|---|---|
Magnetische Vergrendeling (Maglock) | FAIL-SAFE — ontgrendelt | Vereist constante 12VDC om te vergrendelen. Het relais onderbreekt de stroom om te openen. | Buitendeuren van padelbannen, hoofdingang in metalen frames |
Elektrische Deuropener Vergrendeling | FAIL-SECURE — blijft vergrendeld | Korte elektrische puls activeert de spoel en geeft het vergrendeling vrij. Ontworpen voor momentane activering. | Interieurdeuren, secundaire toegangen met standaard kozijn |
3.3 PLC-configuratie voor Maglock
De relais van de SP PLC zijn NO (Normaal Open) volgens fabrieksconfiguratie. Voor controle van een magneetslot is NC-gedrag tijdens normale werking vereist. Dit wordt op twee manieren opgelost:
- Optie A — Inverter-relais: installeer een extern inverter-relais tussen de PLC en de maglock. Zuiver elektrische oplossing.
- Optie B — Software-inversie: Smart Padel kan de logica-inversie op afstand configureren, zonder extra hardware.
💡 Deuren die lange perioden ontgrendeld blijven (bijv. 8 uur) Als het slot lange tijd ontgrendeld moet blijven, voeg een tussengelegen getrapt relais toe om oververhitting te voorkomen. Standaard mechanische deuropeners zijn NIET ontworpen voor continue energisering — gebruik modellen met mechanische borging gecertificeerd voor permanente ontgrendelingsfunctie, of vervang door fail-safe maglock. |
3.4 Algemene aanbevelingen
- Altijd een tussenliggende contactor of relais gebruiken — de magneetsloten kunnen tot 5A consumeren
- Adequate ventilatie garanderen wanneer het slot in permanente onvergrendelingsmodus staat
- Een handmatige kiezer OFF / AUTO / ON in het schakelbord opnemen voor lokale bediening in noodgevallen
- De deur moet vanaf binnenuit altijd vrije uitgang toestaan zonder code of elektriciteit — verplichte DIN EN-normen
- Controleer de juiste polariteit en adequate kabeldiameter om spanningsvallen in het 12V-circuit te voorkomen
4. Netwerk en communicatie
Het Smart Padel-systeem vereist een stabiel lokaal netwerk voor communicatie tussen de SP-server, de PLC's en de toetsenborden. Een slecht geconfigureerd netwerk is de meest voorkomende oorzaak van incidenten na de installatie.
4.1 Netwerkbekabeling
- CAT6-kabels gebruiken voor alle verbindingen tussen de SP Server, de SP PLC's en de toetsenborden (SP Keypads)
- Maximale lengte per Ethernet-segment: 100 meter
- Wi-Fi vermijden in kritieke automatiseringscomponenten — Ethernet gebruiken voor alle apparaten in het systeem
4.2 Netwerkconfiguratie
- Alle apparaten in het systeem moeten zich op hetzelfde LAN bevinden — het systeem kan niet functioneren met gesegmenteerde of geïsoleerde netwerken
- Statische IP-adressen toewijzen of DHCP correct beheren om adresveranderingen te voorkomen die de automatisering onderbreken
Apparaat | Netwerkconfiguratie |
|---|---|
SP Server (IP1) | DHCP — verbinding met router en internet |
SP Server (IP2) | Vaste IP: 10.254.254.10/24 — lokaal automatiseringsnetwerk |
SP Keypads (Converters) | Vaste IP's: 10.254.254.11 tot 10.254.254.19/24 |
SP PLC's | Vaste IP's: 10.254.254.21 tot 10.254.254.29/24 |
Aanbevolen VLAN | 10.254.254.1/24 — aanbevolen maar niet verplicht |
4.3 Internetvereisten
Het systeem vereist een internetverbinding voor synchronisatie met de cloudservers van Smart Padel. Als de verbinding echter wordt onderbroken, blijft de club normaal werken via de lokale opslag van de SP Server.
- Minimale vereiste bandbreedte: 1–2 Mbps stabiele uitgaande verbinding
- Het is niet nodig om inkomende poorten te openen — alleen uitgaand verkeer is vereist
- Voorkeurmethode: glasvezel
- Geldig alternatief: industriële 4G/5G-router met SIM-kaart (Teltonika RUT200, RUT241, RUT260 of RUTX50-serie)
- Alle communicatie is versleuteld via VPN
✅ Werking zonder internet In geval van internetuitval blijft de club normaal opereren vanaf de lokale opslag van de SP Server. De hoofdtoegangscodes blijven functioneren. Wanneer de connectiviteit wordt hersteld, worden de gebeurtenissen automatisch gesynchroniseerd. |
5. Voedingsbron
Een stabiele en correct gedimensioneerde voedingsbron is de basis van een betrouwbaar systeem. Bespaar niet op dit onderdeel.
5.1 Aanbevolen voedingsbron
- Alle Smart Padel-componenten werken op laagspanning (12 VDC). Het aanbevolen model is de HDR-60-12 vanwege de bewezen compatibiliteit, compacte ontwerp voor DIN-rail en aangetoonde stabiliteit in automatiseringinstallaties.
- Gebruik uitsluitend gereglementeerde voedingsbronnen die speciaal voor het Smart Padel-systeem zijn bestemd
- Vermijd het delen van de voedingsbron met andere niet-gerelateerde apparaten
- Het model HDR-60-12 is opgenomen in de SPA-hardwarekit
5.2 Montage en Bescherming
- Alle apparaten in het systeem moeten zich op hetzelfde LAN bevinden — het systeem kan niet functioneren met gesegmenteerde of geïsoleerde netwerken
- Wijs statische IP-adressen toe of beheer DHCP correct om adreswijzigingen die de automatisering verstoren te voorkomen.
Apparaat | Netwerkconfiguratie |
|---|---|
SP Server (IP1) | DHCP — verbinding met router en internet |
SP Server (IP2) | Vast IP-adres: 10.254.254.10/24 — lokaal automatiseringsnetwerk |
SP Keypads (Converters) | Vaste IP-adressen: 10.254.254.11 tot 10.254.254.19/24 |
SP PLC's | Vaste IP-adressen: 10.254.254.21 tot 10.254.254.29/24 |
Aanbevolen VLAN | 10.254.254.1/24 — aanbevolen maar niet verplicht |
5.3 Handmatige noodkiezers
Handmatige 3-standenschakelaars (UIT / AUTO / AAN) opnemen die het clubpersoneel in staat stellen de PLC-logica te negeren en verlichting of andere systemen handmatig te bedienen. Deze zijn vooral nuttig in noodsituaties, testfases of tijdens onderhoud.
Onafhankelijke Schakelaar | In Contactor Geïntegreerde Schakelaar |
Deze wordt parallel met de PLC-uitgang bedrading. Stelt u in staat te kiezen tussen volledig handmatig bedrijf, automatische logica of volledige uitschakeling. Meer flexibel, vereist meer bedrading. | Sommige contactoren (bijv. Finder serie 22) hebben een geïntegreerde 3-standenschakelaar. Vereenvoudigt de installatie, vermindert bedrading en garandeert veiligere overgangen tussen modi. |
⚠️ Opmerkingen over handmatige schakelaars De schakelaars moeten stroomafwaarts van de relaislogica en stroomopwaarts van de eindbelasting worden geïnstalleerd. De labeling (AUTO / HANDMATIG / UIT) moet duidelijk zichtbaar zijn op het schakelbord. Handmatige overrides mogen alleen door geautoriseerd personeel worden gebruikt en moeten tijdens normaal PLC-bedrijf worden uitgeschakeld om conflicten te voorkomen. |
6. Systeemafmetingen
Voor de planning van de installatie is het noodzakelijk om het aantal controleknooppunten van het project te berekenen om te bepalen hoeveel PLC's nodig zijn.
6.1 Wat is een controlepunt?
- Elk verlichtingscircuit van het speelveld = 1 controlepunt
- Elk NFC-toetsenbord (toegang) = 1 extra controlepunt
6.2 Afmetingsregels
Een extra PLC is nodig als: • Het project meer dan 8 controlepunten heeft, OF • De afstand tussen het elektrische paneel en het toegangspunt meer dan 40 meter bedraagt |
Voorbeeld | Controlepunten | Benodigde PLC's |
|---|---|---|
4 banen + 1 hoofdingang | 5 punten | 1 PLC |
6 banen + 2 ingangen | 8 punten | 1 PLC |
8 banen + 2 ingangen | 10 punten | 2 PLC's |
Elektrische kast naar >40m van de ingang | Onverschillig | Extra PLC naast de ingang |
Heb je technische ondersteuning nodig?
Als je vragen hebt over de installatie, de systeemschaling of de hardwareconfiguratie, staat ons technische team klaar om je te helpen.
Reserveer een live chat Praat direct met ons technische team vóór de installatie. | Direct contact support@smartpadel.es |
